Laat je buikgevoel niet bezoedelen. Wees kritisch.


Ik ben er bijna altijd vòòr om je buikgevoel te volgen. Ik geloof in de kracht ervan. Maar soms kan je buikgevoel je ook lelijk bedriegen, wanneer het sluipend beïnvloed werd door haat in de media, bijvoorbeeld. Onderstaande tekst gaat daar over. Ik vind het een genuanceerde, zinvolle tekst. De boodschap is: Laat je buikgevoel niet bezoedelen. Gebruik ook je hoofd, en liefst op een eerlijke en kritische manier.

Eigenlijk is de perceptie van de vrouw op dezelfde manier in onze buik en in onze hoofden geslopen. Ze schrijven over vrouwen dat ze vooral sexy en mooi moeten zijn, dat ze de weg niet kennen, slecht met de auto rijden en vooral belang hechten aan handtassen. Als je dit vaak genoeg hoort of leest, hoe zeer het de waarheid ook geweld aan doet, dan ga je het geloven. Met alle schadelijke gewogen vandien. Wees eerlijk en kritisch, zelfs in je diepste gedachten.

 

Als de buik dreigt te winnen van het hoofd

De Morgen – 25 Mar. 2016 Pagina 8- Jeroen De Preter

Angst, islamofobie, onversneden racisme: kijk even op sociale media en je ziet dat ook ‘weldenkende mensen’ negatiever tegenover moslims staan. Mogen we daar in deze bange tijden ook wat begrip voor tonen, of niet?

Stel: u stapt morgen op een vliegtuig richting zonniger oorden. Zou u zich helemaal op uw gemak voelen mochten er zich onder de passagiers ook – we zeggen maar wat – drie jonge moslims met een baard bevinden?

Bovengetekende alvast niet. Maar of dat betekent dat hij islamofoob is geworden?

Moraalfilosoof Patrick Loobuyck vindt van niet. “Mij lijkt het een normale angstreflex. We leven niet in het ijle. Door alles wat we de afgelopen dagen en maanden hebben gezien, ga je bijna automatisch bepaalde verbindingen maken. Associaties maken is heel menselijk. (lacht) Zeker foute associaties. Problematisch wordt het pas als je die fouten niet corrrigeert met je ratio, en je vijandige gevoelens de vrije loop laat. Echt islamofoob zal je reactie pas zijn als je die moslims in het vliegtuig opzichtig uit de weg zou gaan of, erger nog, gaat beledigen.”

Net daar wringt vandaag de schoen. Sinds afgelopen dinsdag staat er bij sommigen nauwelijks nog een rem op de islamofobie. Loobuyck merkt dat ook. Als columnist voor De Standaard incasseerde hij de afgelopen dagen “de gruwelijkse reacties”. Eén voorbeeld: “Uitgerekend op de dag van de aanslagen in Brussel had ik een stukje in de krant waarin ik voorspelde dat de moskeeën in de toekomst zullen leeglopen. Vrijwel meteen kreeg ik een reactie van iemand die hoopte dat ze vol zouden lopen, ‘zodat wij er zoveel mogelijk tegelijk konden opblazen’.”

Haatmisdrijven

Extreme reacties als de voorgaande zijn uiteraard geen nieuw fenomeen. De vraag is of de grens aan het verschuiven is, en of de (al dan niet gortige) islamofobie niet stilaan tot de de mainstream is doorgedrongen.

Youssef Kobo, communicatieadviseur bij de Brusselse afdeling van CD&V, twijfelt daar niet aan. “De omslag is er gekomen na de aanslagen op Charlie Hebdo. Plots zag ik open, intelligente mensen wantrouwig worden. De aanslagen die volgden hebben het proces alleen maar versterkt en versneld. Ik vrees dat we hier het einde nog niet van hebben gezien.

“We leven in onzekere tijden. Er is een vluchtelingencrisis, een economische crisis en er is terreur. In de berichtgeving over die crissisen wordt – altijd opnieuw – de islam op de voorgrond geplaatst. Dat kan niet anders dan gevolgen hebben voor het mainstream denken. Een steeds grotere groep mensen associeert moslims vandaag bijna automatisch met extremisten. Dat strookt uiteraard niet met de realteit, maar gezien de manier waarop er over moslims wordt bericht, is dat geen grote verrassing.”

Naar de gevolgen van aanslagen op de attitudes van een bevolking is nogal wat onderzoek verricht, niet het minst in de Verenigde Staten. Zo is bijvoorbeeld uitgebreid bestudeerd wat de aanslagen van 9/11 hebben betekend voor de houding tegenover moslims. De resultaten van dat onderzoek wijzen allemaal in dezelfde richting. Nog lang na 9/11 werden Arabische Amerikanen en moslims sterker dan voorheen gediscrimineerd bij het zoeken naar een woning of een job.

In ander onderzoek werd ook nog een gevoelige stijging van het wantrouwen tegenover moslims geconstateerd. Zo vonden plots opvallend meer mensen dat de burgerrechten van moslims mochten worden ingeperkt, en was bijna de helft van de ondervraagden het eens met de stelling dat de veiligheidsdiensten op luchthavens strenger hoorden te zijn voor één bevolkingsgroep.

De allervijandigste gevoelens tegenover moslims namen al vrij kort na de aanslagen af. Maar echt verdwijnen deden ze niet. Statistieken laten zien dat er in de twee jaren voor 2001 een tiental hate crimes op moslims werden gerapporteerd. In de negen maanden die volgden op de aanslagen waren er dat plots meer dan 700. In 2002 was het aantal gezakt tot ongeveer 170, om in de jaren die volgden ongeveer stabiel te blijven.

Wij-gevoel

Wacht de Belgische moslisms na 22/3 hetzelfde lot? Het antwoord zal volgens Loobuyck in belangrijke mate afhangen van de manier waarop ons onderwijs, onze pers en – last but not least – onze politiek met dit vraagstuk omgaan. “De symbolische waarde van de politiek is nog altijd bijzonder groot”, zegt Loobuyck. “Het is van het grootste belang dat politici vandaag de juiste taal spreken. En dat is hier een taal die recht doet aan de gevoelens van de hele samenleving. Dat betekent dat de politiek niet blind mag zijn voor wat er in de onderbuik van de samenleving leeft. Ze moet de woede en de angst serieus nemen. Maar tegelijk mag ze niet in de val van de polarisering trappen. Dat lijkt moeilijker dan het is. Mij lijkt het perfect mogelijk om vandaag een verbindende boodschap te brengen zonder de problemen die er binnen een beperkt deel van een bevolkingsgroep bestaan onder de mat te vegen.”

Onder anderen Mechels burgemeester Bart Somers (Open Vld) liet volgens Loobuyck zien hoe dat kan. Meteen na de aanslagen bracht hij de boodschap dat wij “terrorisme en extremisme” hard moeten aanpakken. Tegelijk sprak de burgemeester over “ons”, één samenleving die zich niet tegen elkaar mag laten opzetten.

Somers’ reactie was in elk geval subtieler dan die van zijn Antwerpse collega De Wever, die in de eerste plaats woede ventileerde. Loobuyck: “Op zich vind ik het niet slecht dat een burgemeester dat doet. Maar je moet wel een discours ontwikkelen waarin iedereen zich herkent. Wat je in zijn boodschap mist, is de reikende hand naar de moslims, een gemeenschap waarin die woede niet minder aanwezig is.”

Dagelijks beledigd

Youssef Kobo houdt alvast zijn hart vast. “Ik noem geen namen, maar er lopen in dit land nogal wat politici rond die garen spinnen
bij de polarisatie. Op middellange termijn dragen ze een verpletterende verantwoordelijkheid. Door een hele gemeenschap mee verantwoordelijk stellen voor de daden van een paar psychopaten, voed je de haat. En ik kan u verzekeren: die haat is al bijzonder groot. Een groot deel van de berichten die ik via sociale media binnenkrijg, is pure haatmail. Als man met een soms uitgesproken mening kan ik daarmee leven. Ik ben niets anders gewoon. Maar de haat richt zich heus niet alleen tegen mij. Ik ken vrouwen met een hoofddoek die dagelijks worden beledigd. Of erger.”

Of het dan niet stilaan tijd wordt voor een deradicaliseringsplan voor bange blanke mannen? Kobo zucht. “Ik vrees dat je het gevecht tegen de negatieve perceptie van moslims onmogelijk kunt winnen. De perceptie wordt gecreeerd door een zeer kleine groep fanatici die het voor de rest verpesten, de media die een te sensationeel of vertekend beeld geven van moslims en bepaalde politici die alleen maar meer angst en verdeeldheid zaaien. Belgische moslims worden steevast gereduceerd tot hun religie. Het is vermoeiend om steeds weer aangesproken te worden op dat deel van je identiteit. Zolang we gehele bevolkingsgroepen blijven bekijken als vreemden, is elk gevecht tegen het gif van het populisme al op voorhand verloren.”gelijke kansen voor alle kinderenCopyright © 2015 gopress. Alle rechten voorbehouden

Laat commentaar achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.